GM John onttroond


Vandaag wordt Grootmeester Van der Wiel door Bart von Meijenfeldt onttroond als “Rotterdams” jeugdkampioen. Beiden zijn geen Rotterdammer, maar ze zijn wel kampioen geworden in deze stad. John bezocht deze week enkele malen het Topsportcentrum, dus hij wist dat het er aan zat te komen. Misschien dat hij nog dacht zijn titel te kunnen behouden met kanshebbers die namen dragen als Von Meijenfeldt (Duits), Miguoel (Spaans), Kevlishvili (Georgisch), Lopez (Portugees) of Ducarmon (Frans), maar deze jongens zijn allemaal speelgerechtigd voor dit NK. Gekscherend kun je stellen dat hij in dit licht bezien nog het meest bang moest zijn voor iemand als Julian van Overdam.

van der Wiel

GM John van der Wiel, met organisator Dolf Meijer en

De bulletinmedewerkers konden even in gesprek met Leidenaar GM John van der Wiel.

Zo’n groot jeugdtoernooi inspireert altijd en is goed voor het schaken. Ook een wereldkampioensmatch en supertoernooien met spelers als Carlsen, Nakamura en anderen, zorgen voor een nieuwe golf van schaakliefhebbers. De match tussen de Amerikaan Bobby Fischer en de Rus Boris Spassky was in de jaren ’70 van de vorige eeuw werkelijk wereldnieuws. De Westerse schaker die het in zijn eentje opnam tegen de Russische hegemonie ten tijde van de Koude Oorlog. Bobby Fischer is altijd John’s favoriet gebleven.

John van der Wiel zelf begon met schaken toen hij 10 jaar was. Vergeleken met de jeugd die hij op dit NK tegenkomt is dat naar eigen zeggen: “rijkelijk laat.” “Wil je werkelijk doorgroeien naar het grootmeesterschap, dan is vroeger beginnen bijna noodzakelijk.”
Zelf kreeg John op zijn dertiende door dat hij écht goed was. Daarvoor speelde dat natuurlijk ook al, “want dan win je van leeftijdgenoten en ook de senioren van Philidor Leiden verloren steeds vaker”, maar toen hij het snelschaaktoernooi in Katwijk won, was duidelijk dat hij tot de toppers van de regio behoorde. “Sterke tegenstanders in de Leidse jeugd waren drie jaar ouder en daar kon ik mij goed aan optrekken. Bijvoorbeeld Joan Baart, die ik ook toentertijd tegenkwam op het NK jeugd.”
Andere spelletjes waren toen ook al leuk: “Noem ze allemaal maar op: Mastermind, Risk, dammen, enzovoorts. Met vrienden hebben we dagen en avonden geriskt, waarbij we zelfs nieuwe regels hebben gemaakt om het spel zo uitdagender te maken.”
“Als spelletjesbeest heb je als voordeel dat je leert snel een strategie op te pikken. Dat is een voordeel. Zwart-wit kun je schakers indelen in, aan de ene kant, de monomane schakers die puur en alleen met het schaken bezig zijn, en, aan de andere kant, de veelvraten die bij elk spelletje willen winnen.” John werd als beroemd Leids schaker eens uitgenodigd tijdens de zomeravondcompetitie van LDG (ja, de damclub) en toen haalde hij 3 uit 2. Een score die hij “bij het schaken nooit meer heeft kunnen overtreffen.” Hij verloor er één, won er één, en speelde er één remise.
John kent veel jeugdspelers direct en indirect. Met sommigen heeft hij samengewerkt en ook nu is hij als trainer nog actief. Met al die liveborden bekijkt hij veel partijen en ziet hij meerdere interessante trainingsstellingen voorbijkomen. De partijen van Marijn, Julian en Quinten, waar hij mee (heeft) samen(ge)werkt, speelt hij altijd wel even na.
Op de vraag waar je als jeugdschaker nou beter door gaat schaken, is John vrij helder: “Veel spelen, veel oefenen en niet te lang wachten met nieuwe uitdagingen.” “Zorg ervoor dat je mensen om je heen hebt die kunnen zien wat je onderontwikkelde vaardigheden en kennisgebieden zijn. Dit kunnen openingen zijn, maar ook het strategisch inzicht of het spelen van beslissende topwedstrijden.” Het belangrijkst vindt hij het spelen tegen iets sterkere tegenstanders. “Zo gauw je merkt dat je makkelijk wint van bepaalde spelers, dan moet je verder, maar direct tegen grootmeesters heeft geen zin want daar leer je niets van en verlies je misschien je plezier in het spel.”
“Jongeren leren sneller doordat ze zelf ‘links in hun hersenen’ aanleggen waarmee ze kennis vastleggen en eigen inzichten vastleggen.” “Bij oudere schakers die hogerop willen gaat dit moeizamer. Vaak hebben zij het spel niet volledig en stapsgewijs geleerd, waardoor onderontwikkelde gebieden langzamer tot wasdom komen.”
John ziet oud-wereldkampioen Anatoli Karpov als een mooi voorbeeld van een supertalent. “In analyses kon hij vaak moeilijk onder woorden brengen waarom iets goed was, maar hij begreep de stellingen vaak in al hun subtiliteiten. Bij hem lijken die “links” al heel vroeg en heel goed ontwikkeld te zijn.”

Waar je veel van kan leren is de uitleg van een partij door grootmeesters. Vroeger had je op de BBC en de WDR televisieprogramma’s waarin grootmeesters hardop zeiden wat ze dachten tijdens de partij. “Ook toen kon Karpov moeilijk onder woorden brengen waar het om ging, maar uiteraard bleek hij het als beste te snappen.”

Veel is veranderd. Toen John naar het NK-jeugd tot 16 jaar ging, kende niemand elkaar echt. John’s vader had geen auto, maar hij kon meerijden met de vader van Peter Gelpke. “Tot aan Nijmegen hebben we achterin met een zakschaakspelletje wat snelschaakpartijen gespeeld, en ik werd flink weggespeeld. Dat was wel even schrikken. Zonder schroom begon ik aan het NK, dat toentertijd onder de bezielende leiding stond van Pater Krekelberg in het Canisiuscollege. Niemand kende elkaar. Ik werd fluitend kampioen!”
“Dat zou nu echt niet meer kunnen. Ze kennen elkaar allemaal en via de databases weten ze ook wat iedereen speelt. De voorbereiding op een toernooi is nu dan ook echt heel anders dan in mijn tijd.”
Op de vraag wat hij zijn beste partijen vindt, heeft hij er een paar paraat. Als leerzame afsluiter volgen hier wat fragmenten. Voor de hele partij verwijzen we naar de database.

Tegen Raymond Keene had John niet zo veel op met de positionele wetten van het schaakspel. Raymond was toentertijd clubgenoot van John bij de kampioensclub Volmac Rotterdam. Uiteindelijk sloeg hij in met Lxh2. In de analyse riposteerde Raymond met: “John I haven’t seen any of your moves coming, except for this one.”

De partij met wit tegen Elvhest tijdens de word cup in Rotterdam, was mooi vanwege de aanvalsvoering met offers.

In Van der Sterren’s boek “Zwart op Wit” staak ook hun onderlinge partij uit 1986:

 

Laat bericht achter